Angstpatiënten

Bang zijn bij de tandarts is niet ongewoon. Ongeveer tachtig procent van de mensen is min of meer angstig bij de tandarts, vijf tot zeven procent is zelfs erg bang. Mensen die heel bang zijn, durven soms helemaal niet meer naar de tandarts te gaan. Omdat ze vaak lang niet zijn gegaan, zijn ze nóg banger om weer wel te gaan: misschien hebben ze in de tussentijd wel gaatjes gekregen of hebben ze zelfs al pijn! Angstpatiënten

Bij ons in de praktijk nemen we extra de tijd voor juist díe mensen die bang zijn. Bij de eerste afspraak bespreekt de tandarts de situatie en kijkt deze in de mond. Indien nodig worden er foto’s genomen. Op deze manier maakt u eerst eens kennis met de tandarts. U kunt hierbij zelf aangeven wat u wel en niet prettig vindt.

Wat kan ik doen om minder angstig te zijn bij de tandarts?
Vertel uw tandarts dat u angstig bent en wanneer dat is begonnen. De tandarts is bekend met dergelijke problemen en kan veel doen om u wat minder angstig te laten zijn. Als het niet klikt tussen u en de tandarts, spreek daar over met uw tandarts. Mogelijk is een andere tandarts de oplossing. Doe ademhalingsoefeningen of tel tot 500 als de angst u overvalt. Als u een ontspannend of kalmerend middel wilt nemen, bespreek dat dan met uw tandarts.

Wat kan ik de tandarts vragen om mijn angst te verminderen?
Patiënten die bang zijn, gebruiken deze oplossingen om zich minder angstig te voelen tijdens de behandeling. Alles van tevoren goed uit laten leggen, zodat u weet wat er gaat gebeuren. Alle instrumenten laten zien en uitleggen waarvoor ze gebruikt worden (of juist niet!). Tijdens de behandeling precies laten vertellen wat de tandarts gaat doen en hoe lang het nog duurt. U laten meekijken met een spiegeltje (of juist niet!). Stoppen met de behandeling zodra u uw hand opsteekt. Luisteren naar een mp3-speler met uw favoriete muziek. Iets vasthouden, zoals een favoriet knuffeldier, een sjaal of de hand van een bekende. De tandarts vragen andere oplossingen aan te dragen waardoor uw angstgevoelens afnemen.

Wanneer geeft de tandarts een verdoving?
Als de tandarts iets moet doen wat pijnlijk kan zijn, zal zij in de meeste gevallen eerst voorstellen om te verdoven. Die verdoving bestaat uit een klein prikje, waarna u meestal geen pijn meer voelt. Voelt u na de verdoving toch nog pijn, zeg dat dan meteen. De tandarts kan dan nog een beetje extra verdoven. Als de verdoving eenmaal werkt, voelt uw wang of lip vaak dik aan en heeft u het gevoel dat u moeilijker kunt praten en eten of drinken. Dit gevoel verdwijnt weer nadat de verdoving is uitgewerkt, meestal één of enkele uren na de behandeling. De tandarts kan de plek waar de verdoving gegeven wordt iets minder gevoelig maken met een zalfje. Ziet u erg tegen de prik op, dan kunt u vragen of de tandarts het eerst wil proberen zonder verdoving. Wordt de pijn te hinderlijk, dan kan de tandarts op uw verzoek alsnog verdoving geven.

Meer weten